Voorbeelden van het gebruik van Trevor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Loop weg. Trevor!
Ik zal met Trevor praten.
Waarom renden jullie weg?- Trevor.
Ik werk met Fred. Trevor.
Het gaat prima, Trevor.
Ik ben in de speelhal met Trevor.
Hoe kom je hieraan? Trevor.
Steve Trevor.
Trevor Grant?
Ik heb het Trevor al laten doen.
Gaan we Trevor niet meer terugpakken?
Ken je Trevor and Stacey nog?
Trevor, ik ben er?
Laten we Trevor in de maling nemen'.
Ik sprak Trevor en ik dacht: ik ga eens op het kerkhof kijken.
Heb je Trevor al gesproken?
Is dat Trevor Burdick?
Trevor heeft gebeld.
Ik ben Trevor z'n tweede vrouw.
Nergens een teken van Trevor of wie dan ook. Nou.