Voorbeelden van het gebruik van Tuco in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tuco heeft iemand neergestoken.
Wij moeten Tuco worden.
Ik bedoel, Tuco Salamanca.
Ik ben het. Tuco.
Gelukkig is Tuco al dood.
O, mijn god. Tuco.
Laat me je omhelzen. Tuco.
Tuco, hoe gaat het?
En Tuco, is hij?
Een trawant van Tuco.
Hij heeft jullie neef Tuco bedrogen.
En Tuco, is die.
We hadden meer voor Tuco.
Laat me je omhelzen. Tuco.
Je leeft nog, Tuco.
Mijn god. De sleutels. Tuco.
Tuco. Laat me je omhelzen!
Heeft Tuco je laten schrikken?
Vertel eens over die Tuco.
Tuco en ik kennen elkaar.