Voorbeelden van het gebruik van Twee sleutels in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Afsluitbaar en geleverd met een hangslot en twee sleutels.
één paar verrichtingshandschoenen, twee sleutels.
Hangslot met twee sleutels.
Toegang tot deze cel vereist twee sleutels.
Inclusief slotje met twee sleutels.
Ik had blijkbaar twee sleutels nodig.
Inclusief slotje met twee sleutels.
We hebben nog maar twee sleutels nodig.
afsluitbaar met twee sleutels.
Er zijn immers twee sleutels.
In deze envelop zitten twee sleutels.
Hij is alleen met twee sleutels te openen.
Er zijn maar twee sleutels.
Voor zo'n kluisje heb je twee sleutels nodig?
Twee sleutels. Twee kamers.
Twee sleutels staan boven de keper
Je hebt twee sleutels en het hangslot van de garage.
Er zijn dus altijd twee sleutels nodig.
Een tas, een sleutelbos en twee sleutels.