Voorbeelden van het gebruik van Victoire in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Moet ik vergeven? Victoire.-Victoire! .
Victoire. Terug. Laat me los!
Een vriendin van Victoire?
Ik was samen met Victoire.
In zijn laatste boek, La victoire empoisonnée, schrijft hij over hoe François Hollande in mei 2012 de presidentsverkiezingen won.
Met Victoire!
Wie is Victoire?
Victoire. Je vrouw?
U heet toch Victoire?
Waar is die Victoire?
We moeten gaan. Victoire.
Waar woont Victoire? Nee?
Waar is Victoire? Verdomme.
Mijn wraak. Victoire. Kom.
Schat, bel de politie. Victoire.
Victoire, zet daar maar neer.
Ik wil weten waar ze is. Victoire.
De grapjas! Hij was in De Vrijhandel met Victoire.
Als ze Jenny te pakken krijgen, zegt ze toch niets. Victoire? Hallo?
In Victoire & Germain kunt u genieten van een ontbijt.