Voorbeelden van het gebruik van Voetballer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tomáš Galásek, Tsjechisch voormalig voetballer.
Voor zijn bestuurlijke carrière was hij voetballer.
Onze beste voetballer is eergisteren vermoord.
is een Oostenrijks voetbalcoach en voormalig voetballer.
Daarop besloot hij voetballer te worden.
is hij geen voetballer meer. Dat is gedrag.
Ik vind die voetballer wel leuk.
is een Oostenrijks voetbalcoach en voormalig voetballer.
Op de aan de big fast-gee kan u vertellen Plank was een voetballer?
Je wilde vast wel astronaut of voetballer worden.
Je hebt net een rijke voetballer begraven.
Als kind wilden m'n vriendjes voetballer en coureur worden.
is een Duits voetbaltrainer en voormalig voetballer.
Ik had een voetballer kunnen zijn.
Maar een voetballer niet.
Net een voetballer.
Na zijn loopbaan als voetballer opende hij in België zijn eigen kledingzaak.
is een Duits voetbalcoach en voormalig voetballer.
Ik wil voetballer worden.
Ik ben een voetballer.