Voorbeelden van het gebruik van Voorsprong in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat geeft ze een voorsprong.
Hij heeft niet veel voorsprong.
We hebben een voorsprong.
Hij heeft een voorsprong.
Alles om me een voorsprong te geven.
De informatie kwam van hen en zij hadden een voorsprong.
Maar als je je kaarten goed speelt, heb je een voorsprong.
Hij had een voorsprong.
Door jouw schuld zijn we die voorsprong kwijt, Anaïs.
Jij hebt 40 jaar voorsprong.
Onze springer heeft ervaring en een voorsprong.
Abbie krijgt twee minuten voorsprong.
Hij heeft voorsprong.
Hij heeft twintig minuten voorsprong.
En Ik heb alleen een 30 minuten voorsprong.
Ik heb drie uur voorsprong op een Drakh-vloot op weg naar de Aarde.
Zij kregen 3 minuten voorsprong alvorens zij ingerekend werden.
We hebben een dag voorsprong om dat zwaard te vinden.
Drie seconden voorsprong en je vluchtte niet.
Frank, hij heeft zes uren voorsprong op je.