Voorbeelden van het gebruik van Washburn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hier komt Washburn.
Washburn had gelijk.
Is het Washburn?
Het was Washburn.
Ik heet Emma Washburn.
Washburn, ga naar Engineering.
Ik ben dokter Geoffrey Washburn.
Ik ben huisvrouw. Hazel Washburn.
Klopt. Ik heet Emma Washburn.
Zoek Washburn. Nu meteen!
Captain, Washburn heeft een rapport.
Washburn, probeer het 2G6 circuit.
Hazel Washburn. Ik ben huisvrouw.
Maar waarom zou Washburn dat doen?
Washburn, jij houdt je hier buiten.
Washburn, daar is de afslag!
Dit is een makkelijke arrestatie, Washburn.
Mitch, mag ik je voorstellen: Lincoln Washburn.
Bla, bla bla. Bendeleider Lincoln Washburn.
Kunnen we nu weer verder met Washburn?