Voorbeelden van het gebruik van Zain in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Blaas hem uit, Zain.
Zain? Een paar dagen?
Dag, Zain. Tot ziens.
Dag, Zain. Tot ziens.
Wat heb je, Zain,?
Zain, waar is Yonas?
Waar woon je, Zain?
Ik ben hier met Zain.
Ik heb ze gevonden. Zain.
Hoe oud ben je, Zain?
Waar is mijn zoon? Zain!
Waar is mijn zoon? Zain!
Waar bel je vandaan, Zain?
Zain kan na school bij hem werken.
Waar bel je vandaan, Zain?
oké? Zain.
Zain. Hallo. Bedankt voor je komst?
Zain, waarom zijn de groenten verrot?
Zain, waarom zijn deze groenten verrot?
Is er een volwassene bij je, Zain?