Voorbeelden van het gebruik van Zim in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Onderofficier Zim Brott.
Aarde? Dat betekent Zim.
Ik ben sergeant-instructeur Zim.
Dat is Zim niet.
Dit stopt vandaag, Zim.
Daar wordt Zim superongelukkig van.
Zim bellen na Gil?
Van ene Atal Zim.
Hou je van Zim?
Zim. We haten hem!
Ik ben het, Zim.
Weet je Invader Zim nog?
Waarom wou hij Zim vermoorden?
Het boeit ons niks, Zim.
Mr Zim, zorg dat de karren klaarstaan.
Mr Zim?
Het gaat hier om Zim. Relax.
We dachten dat je dood was. Zim?
Zim is zo dichtbij
Zim heeft iets met de armband gedaan. Stop.