Voorbeelden van het gebruik van Auto-ongeluk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Auto-ongeluk, op weg naar de mis.
Ik werd gisteren bij een auto-ongeluk geroepen. Oké.
Het is net een auto-ongeluk in mijn hoofd.
Toen ze twee was zat ze in een auto-ongeluk.
Sierra Thompson stierf bij een auto-ongeluk.
Tien voor de auto-ongeluk waarbij je hoofd borstbeelden.
Auto-ongeluk, twee slachtoffers.
Alle eenheden, auto-ongeluk, 18th en Indiana.
Meerdere slachtoffers van een auto-ongeluk.
Z'n vader. Auto-ongeluk.
Martin Chan overleed drie weken geleden in een auto-ongeluk.
Misschien.- Lokaal? Is dit een auto-ongeluk?
Een jongen van school is omgekomen bij een auto-ongeluk.
Acht dagen geleden kreeg ie 'n auto-ongeluk in Hokkaido.
Een van de slachtoffers van het auto-ongeluk was ook O negatief.
Auto-ongeluk, zat vast, verloor bewustzijn.
Mijn broer stierf acht jaar geleden in een auto-ongeluk.
Dan wacht ik op het auto-ongeluk.
Dat ben jij, het auto-ongeluk en de aspirine.
U bent bewusteloos sinds uw auto-ongeluk.