Voorbeelden van het gebruik van Bachstitz gallery in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
het onderzoek van de commissie in het handelsregisterdossier van de Kamer van Koophandel, dat betrekking heeft op de Bachstitz Gallery, geen aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat de onderneming in het kader
's-Gravenhage' en door vrijwillige verkoop in bezit was gekomen van 'Dr.H. Posse'. Op 3 januari 1950 verzocht SNK-directeur mr. J. Jolles bij de Bachstitz Gallery om inlichtingen over 20 kunstwerken,
De werken zijn immers verkocht door Bachstitz Gallery aan Posse in mei 1941.
De feitelijke leiding van Bachstitz Gallery is vermoedelijk gedurende de bezetting,
De commissie stelt vast dat Bachstitz Gallery drie werken aan Nederlandse kopers,
De naoorlogse correspondentie tussen Bachstitz Gallery en de SNK heeft zich met name gericht op de teruggave van de drie voorwerpen die Göring zich had toegeëigend.
De geclaimde werken zijn in mei 1941 door Bachstitz Gallery aan dr. Hans Posse verkocht ten behoeve van de Sonderauftrag Linz.
De commissie stelt vast dat Bachstitz Gallery drie werken aan Nederlandse kopers,
NK 604a-b en NK 615, die Bachstitz Gallery in 1942 verkocht aan dr. W.H.
 Uit de 65 kunsthandelarchieven die het RKD beheert, hebben we een selectie van zeven gemaakt voor dit Metamorfoze-project: Bachstitz Gallery, Kunsthandel J.H.
werken heeft de commissie onderzocht of er aanwijzingen zijn die onvrijwillig bezitsverlies door Bachstitz Gallery in hoge mate waarschijnlijk maken.
Op 17 februari 1941 trad Bachstitz formeel terug als commissaris van de Bachstitz Gallery, terwijl zijn niet-joodse echtgenote directrice werd.
Bij het uitbreken van de oorlog was alleen Bachstitz betrokken bij het bestuur van de Bachstitz Gallery.
In de aangifte die Bachstitz Gallery in juli 1945 heeft gedaan, wordt geen uitspraak gedaan over de aard van het bezitsverlies.
Als nieuw feit hebben verzoekers een rekening overgelegd van 18 februari 1943, met het briefhoofd van de Bachstitz Gallery, afkomstig uit het Generallandesarchiv te Karlsruhe.
Uit het onderzoek is gebleken dat het grootste deel van de werken zich al geruime tijd voor de oorlog in de handelsvoorraad van Bachstitz Gallery bevond.
De vraag is derhalve of de verkopen door Bachstitz Gallery desalniettemin gekwalificeerd kunnen worden als onvrijwillig, in de zin dat er dwang op
Uit de aangetroffen archiefstukken is niet gebleken dat Bachstitz Gallery na de oorlog met betrekking tot de thans geclaimde objecten een verzoek tot restitutie heeft ingediend of expliciet van een vordering tot teruggave heeft afgezien.
Ten tijde van de vaststelling van het eerdere advies achtte de commissie het aannemelijk dat Bachstitz Gallery NK 1787 aan Wigman heeft verkocht, die het in 1944 doorverkocht aan Posse.
Volgens verzoekers is het aannemelijk dat Bachstitz op het moment van zijn terugtreding als commissaris van de Bachstitz Gallery(17 februari 1941), om zijn kunsthandel te redden,