Voorbeelden van het gebruik van Benford in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een dr Benford?
Over dr Benford?
Waar is Benford?
Agent Benford, FBI.
Je moet Benford doden.
Mark Benford is dood.
Ik heb Benford als partner.
M'n kantoor uit, Benford.
Tot morgen, Dr. Benford.
Goed gedaan, dokter Benford.
Hallo?-Doctor Benford,?
Agent Benford, met Dyson Frost.
Ik heb het Mark Benford verteld?
Heer Benford.
Dokter Benford, neem ik aan?
Is dat zo, agent Benford?
Dokter Benford, ik waardeer het.
Het oude dienstwapen van agent Benford.
Morse.-Doctor Benford aan de lijn.
Ik ga langs Benford in de ochtend.