Voorbeelden van het gebruik van Beroof in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nu beroof je hem ook nog.
Ik beroof wel een bank.
Waarom beroof jij nou een bank? Iron Man!
Ik beroof blanken.
Nu beroof je hem ook nog.
Als het moet beroof ik een bank.
Als ik naar binnen ga, beroof ik ons allebei.
En als ik Alison beroof,?
En wel als ik een bank beroof?
Wil je me beroven, beroof me.
Ik hoor een jaar niks en nu beroof je me?
Als je plezier wilt, beroof je een supermarkt.
Ik heb vier kinderen, maar ik beroof geen mensen.
Goed gedaan, verdomme, beroof me opnieuw.
Beroof je mij?
Kom op, beroof me dan.
Beroof me niet.
Komop, beroof me.
Beroof je me nou?
Beroof je nu huizen, Vega?