Voorbeelden van het gebruik van Caris in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ga staan, Caris.
Waar is Caris?
Goedendag, Caris, Mattie.
Wil je echt kinderen, Caris?
Je hebt bezoek, zuster Caris.
Caris lijkt totaal niet op mij.
Caris, alsjeblieft… dit is krankzinnig!
En ik wil Caris beter leren kennen.
Nee, Caris, dat is niet waar.
Ik wil niet dat hij Caris vermoord.
Heb u al iets van zuster Caris gehoord?
Wil je niet liever thuis zijn bij Caris?
Moeder Caris van Kingsbridge wil benoemd worden tot priores.
Met Caris Wooler om voor de zieken te zorgen.
Wees blij met het ontwerp", zei Caris LeVert.
Ja, moeder heeft het Caris verteld voordat ze stierf.
Dat je Moeder Caris ging halen en snel terug zou zijn.
Hij wilde komen, maar Caris voelt zich niet zo lekker.
Caris Wooler, je staat onder arrest voor het uitoefenen van magie.
Of zal ik Caris vragen of je die avond hier was?