Voorbeelden van het gebruik van Cleric in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Cleric, wat gebeurt er?
De intuïtieve kunst, Cleric.
Hij was een Grammaton Cleric.
Het zijn Verzetsstrijders. Cleric?
Geef hem aan hem, Cleric.
Wat is er, Cleric?
Hij was een Grammaton Cleric.
Ben je huisvader, Cleric?
Een vrijwel onvergeeflijke misstap, Cleric.
Het zijn Verzetsstrijders. Cleric?
Het wordt een bloedbad, Cleric.
Cleric… geef me je wapen.
Cleric, de lichten zijn uit.
Cleric, uw wapen, alstublieft.
Geef me je wapen. Cleric.
Identificatie. Ik ben een Cleric.
Cleric John Preston, je bent gearresteerd.
Ik ben een Cleric. Identificatie.
Alijd aan het oefenen, Cleric.
Het spijt me zeer, Cleric.