Voorbeelden van het gebruik van Dagverblijf in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Brown, terug naar het dagverblijf.
Hij is in het dagverblijf.
De hond ging naar een dagverblijf voor honden.
Ze zit te wachten in 't dagverblijf.
Dat was het. U kunt terug gaan naar het dagverblijf.
Het dagverblijf.
Ze nam Hera mee uit het dagverblijf. Wat?
Ik breng hem terug naar het dagverblijf. Ik spreek jou buiten.
De hal opent vervolgens in het dagverblijf.
Abel is in het dagverblijf.
Ik breng hem terug naar het dagverblijf.
Mijn post was net buiten het dagverblijf.
Kijk jij naar Bonanza bij het dagverblijf?
Hoe laat gaat het dagverblijf open?
Dan eet je pudding en pis je jezelf onder in het dagverblijf.
Wat is er gebeurd? Ik haal hem dan morgen op bij het dagverblijf.
Juffrouw Sharon van je dagverblijf?
Dit hier? Geen dagverblijf.
Ze nam Hera mee uit het dagverblijf. Wat?
Ik wil niet naar een dagverblijf.