Voorbeelden van het gebruik van De waskamer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Daar achter is de waskamer.
Wat deed je in de waskamer?
Dit is de waskamer.
Goed. Ik ga naar de waskamer.
Goed. Ik ga naar de waskamer.
Tuurlijk. Weet je waar de waskamer is?
Goed, ik zet hem wel in de waskamer.
Ik droeg haar lichaam van de auto naar de waskamer.
Er is iemand in de waskamer.
Zijn huisbaas heeft hem gevonden, op de vloer in de waskamer.
Ik luister ernaar in de waskamer.
Christian. Er is iemand in de waskamer.
Christian. Er is iemand in de waskamer.
Ze zijn allemaal hetzelfde als je ze vingert in de waskamer.
Ik haal ze wel uit de waskamer.
Ik pak ze even uit de waskamer.
En nam me mee naar de waskamer.
Ik ga naar de waskamer.
En er gebeurt iets in de waskamer.
ligbad en toilet, en de waskamer met wasmachine en strijkplank en strijkijzer.