Voorbeelden van het gebruik van Delegeer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Delegeer toegang aan een externe/outsourced helpdesk met read-only toegang.
Dat doet ze als ze ziet dat ik delegeer.
Het is te belangrijk. Delegeer het toch.
Het gaat om de jongere generatie. Ik delegeer.
Naar mijn stagiaire, Stevie. Ik delegeer sociale media Prachtig.
Ik delegeer, mijn vriend.
Ik delegeer aan het laagste niveau in plaats van aan de top.
Ik delegeer, vriend.
Prachtig. Ik delegeer de sociale media aan mijn stagiaire Stevie.
Ik delegeer. Eerste Nationale?
Simon, ik delegeer je.
Ik delegeer.
Ik delegeer.
Neem als eindverantwoordelijke leider de verantwoordelijkheid voor negatieve uitkomsten en delegeer succes naar je medewerkers;
Delegeer dan bepaalde zaken aan mensen om u heen en aan staten.
Ik laat je zelfstandig zijn. Ik delegeer aan het laagste niveau in plaats van aan de top.
Ik doe wat ik altijd al deed, ik delegeer, dat is wat bazen doen.
Ik laat je zelfstandig zijn. Ik delegeer aan het laagste niveau in plaats van aan de top.
Delegeer en hang op.
U bent de baas. Delegeer.