Voorbeelden van het gebruik van Dribbelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet gewoon dribbelen.
Verzilverde hand gegraveerd op een rose gouden horloge dribbelen.
We maken schijnbewegingen en dribbelen.
Hij kan beter dribbelen en passen.
Je weet wel, dribbelen, dribbelen, passeren.
Hij begint met lezen en dribbelen.
Je moet eerst dribbelen.
Dit is alsof je een profvoetballer gaat leren dribbelen.
Nee, omdat ze dribbelen voor ze schieten.
We gaan straks wel dribbelen.
Sorry. We gaan later dribbelen.
Die kan niet eens dribbelen.
Ik wil je zien dribbelen.
Laat speeltjes dribbelen als een knaagdier, of fladderen als een vogel.
Een beetje dribbelen, en dan doe je dat ding bij de basket.
Ik ga liggen met m'n mond open en hoop dat ze er in dribbelen.
Iconische spelers als Lionel Messi dribbelen en bewegen net als in het echt.
En nu dribbelen we naar het belangrijkste spel van ons leven.
Dribbelen op zijn plaats!
Dribbelen op zijn plaats! Nu.