Voorbeelden van het gebruik van Een kopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je kunt er net zo goed een kopen voor je eigen gebruik.
Ik ga er een kopen.
Je kunt er daar een kopen.
Ik zal morgen een kopen.
Ga er een kopen.
Of er gewoon een kopen.
Ik ga er zeker een kopen.
Ik zou een kopen.
Ik ga er gewoon een kopen.
Ik wil er een kopen.
We gaan er samen een kopen.
Sparen en er dan een kopen.
En wanneer kan ik er een kopen?
Jeetje. Hé, waarom kun je er niet een kopen?
Misschien moet ik eer een kopen.
En wanneer kan ik er een kopen?
Waar kan ik er een kopen?
Nu ga ik er een kopen.
Laat hem er een kopen.
Ik wil er zo een kopen.- Prima.