Voorbeelden van het gebruik van Een sofa in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb een sofa en ik ben geen zielenknijper.
Het is niet een sofa, domoor.
Er staat een sofa in mijn kantoor.
Neem een sofa.
Wat doen we met een sofa zoals deze?
Het is een sofa bed.
Geen bed, een sofa, zoals een bank.
In de woonkamer staan een sofa, stoelen en een eettafel voor 2 personen.
Er staat een sofa hiernaast.
Het is een sofa… Dit is waanzinnig.
Op een sofa in mijn huis. Ariel heeft geslapen.
Als een idioot op een sofa liggen babbelen. Het is doodsaai.
Wat? Een sofa en een televisie.
In de logeerkamer stond een sofa en een tv.
Zoek Gezellige kamer met blauw meubilair en een sofa.
Ik bedoel, het is alleen maar een sofa.
Zeven stoelen en een sofa.
Ik kan me niet eens een sofa veroorloven.
Deze ruime kamer beschikt over een zithoek met een sofa.