Voorbeelden van het gebruik van Een winkel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Meter van een winkel, een bank en een benzinestation.
Is een winkel.
Wat voor een winkel kan ik daarvan kopen?
Nou, we kunnen morgen een andere winkel proberen. Echt niet?
je kunt het niet kopen in een winkel.
Een winkel die bij dit hotel hoort, is een cadeauwinkel.
Je loopt langs een winkel… en een waarzegster gebaart je binnen te komen.
Sportartikelen, een eigen winkel.
Er is een bar en een winkel in het dorp.
Als je dat wilt, laten wij de ring in een andere winkel.
Een winkel die we ons sowieso al niet konden veroorloven.
Ik ben in een elektronische winkel in Chinatown.
Maak een winkel die er als jouw bedrijf uit ziet.
Moderne faciliteiten waaronder doucheruimtes en een kleine winkel.
exploiteren deze ondernemingen een winkel op Amazon.
De centraal gelegen hoofdplaats heeft een winkel, een postkantoor en een bank.
Er zit een winkel in herenkleding op de derde verdieping.
Heel klein dorpje met een kleine brasserie en een winkel.
Het merendeel van de Belgen deed zijn aankopen vooral in een fysieke winkel.
Ik leen je het geld voor een winkel.