Voorbeelden van het gebruik van Golfen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja. Dit is beter dan golfen.
We gaan golfen.
Ik blijf nog wel met hem golfen.
Onze vaders golfen.
Volgende keer gaan we golfen.
We zijn alleen aan het golfen en wandelen.
Goed. Vraag me of je nu kunt gaan golfen.
Je weet wel, wat winkelen, golfen.
Goed. Vraag me of je nu kan golfen.
Dat klopt. Benedict, waar ik mee moest golfen.
Ik dacht dat je ging golfen.
En daarna, golfen op zondag.
Ik wil nu gaan golfen.
Je zou zelf moeten golfen.
Je ging toch golfen vandaag?
De hele dag golfen,?
We waren aan 't golfen.
Maar ik denk dat je niet gaat golfen vandaag.
Golfen tussen de dieren in het weiland?