Voorbeelden van het gebruik van Hardlopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij kan hardlopen, fietsen en zwemmen.
Wissel af tussen sprinten en hardlopen op een gemiddelde snelheid.
Ik kan niet hardlopen.
We gaan soms samen hardlopen.
Hij ging niet hardlopen.
Bredere voorvoet voor natuurlijke ondersteuning bij hardlopen op verschillende ondergronden in de stad.
In de vroege ochtendzon ga je een flink rondje hardlopen.
Heel goed. Ik ga hardlopen.
Ik zou zo gaan hardlopen.
Ik haat hardlopen.
Je kunt net wat comfortabeler hardlopen met deze FuzeX hardlooptight voor heren.
Of misschien hardlopen?
Misschien kunnen we samen hardlopen.
tennissen, hardlopen en fietsen.
Dus ging hij hardlopen.
Daarom zijn deze sokken perfect voor zware stukken hardlopen of training in de sportschool.
Je kunt met een zak bagels hardlopen.
En dan ga je een stukje hardlopen.
Waar ze graag gaan hardlopen.
Of hardlopen.