Voorbeelden van het gebruik van Hun telefoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Bij 'n toneelstuk. Hun telefoon staat uit.
En ze zitten altijd op hun telefoon.
Mensen praatten met elkaar zonder naar hun telefoon te kijken.
Iedereen kan foto's op hun telefoon zetten.
Ze bleven wakker en van hun telefoon af.
Dus ik vroeg mijn contact hun telefoon te controleren.
Volg ze. Tap hun telefoon af.
Nee, ik heb hun telefoon niet.
Volg ze. Tap hun telefoon af.
Maar er zijn er ook, die het liever op hun telefoon doen.
Mensen gebruiken hun telefoon.
We hebben hun telefoon.
Het probleem is dat ze hun telefoon steeds uitzetten.
Mensen hebben camera's op hun telefoon.
Artsen in opleiding mogen hun telefoon niet uitschakelen.
Maar we moeten nog steeds hun telefoon afluisteren… ook als ze weggegooid worden.
Hun telefoon wordt vast afgeluisterd.
Waarom kunnen mensen hun telefoon niet gewoon opnemen?
Ze moeten hun telefoon inleveren.
Van alle supermarktklanten heeft wel eens levensmiddelen gekocht via hun telefoon.