Voorbeelden van het gebruik van Ijstijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het eind van de ijstijd.
Ik bekeek iets over hun ijstijd.
Ik bekeek iets over hun ijstijd.
Deze keer was alles bevroren, als een ijstijd.
Maakje klaar voor de ijstijd.
Nee. Terug naar de ijstijd.
Renfield, pauze Operatie ijstijd.
Omdat je ijstijd zei.
Dit is onze voorraad voor de ijstijd.
IJstijd?-Ik had al van die gekken gehoord?
IJstijd?-Ik had al van die gekken gehoord.
IJstijd?-Ik had al van die gekken gehoord.
Ja, de vrouwen in de ijstijd maakten er ook vuur mee.
Bij het einde van de ijstijd, smolt dit ijs en vormde zo meren.
In de IJstijd daalde het water en zo werd Curacao geboren.
De ijstijd heeft meer dan 300 meren nagelaten.
In deze ijstijd werd het noordelijk deel van Nederland enkele keren bedekt door gletsjers.
De ijstijd heeft meer dan 300 meren nagelaten.
In de ijstijd leefden de neanderthalers bijna 400 jaar lang in Europa.
De ijstijd verhevigde in het laat-Plioceen.