Voorbeelden van het gebruik van Je bus in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik dacht dat je zei dat je bus stuk was.
Vertrekt je bus morgen?
We hebben jouw DNA op het meisje gevonden, en het hare in je bus.
Ik weet het. Ik zag je bus.
Ik denk dat ik je bus heb gevonden.
Laat dit voor mij, en ren voor je bus.
Ik zei dat ik je bus meeneem.
Wat? Ik neem je bus.
Ik wil niet dat je je bus moet missen.
ga direct naar je bus.
Betaal je bus en tram in Sint-Jans-Molenbeek met 4411.
Betaal je bus en tram in Lokeren met 4411.
Leg haar in je bus en breng ons thuis.
Mis je bus niet.
Rot op in je bus, rukker!
Hoe laat vertrekt je bus naar het vliegveld?
Hoe laat gaat je bus? Echte mensen?
Hebben m'n maten je bus goed opgeknapt?
Rot op in je bus, rukker!- Domme sukkel!