Voorbeelden van het gebruik van Je hond in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Alice, alsjeblieft. Je hond, Alice.
Alice, alsjeblieft. Je hond, Alice.
Ja. David zei dat je hond ziek was.
Zit. Ik ben je hond niet.
Zit.- Nee. Ik ben je hond niet.
Sol… Sorry dat ik je hond ben kwijtgeraakt.
Einstein? Dat is je hond, Doc.
Doet je hond dat altijd?
Je hond of je? .
Je hond wil je zien.
En je hond ook.
Jij en je hond, Greif.
Je hond was net dood.
Je hond heeft een Gestapo-worst gestolen.
Je hond heeft de hond van Jarocho vermoord?
Laat jij je hond de hele dag binnen?
Omdat je hond de stenen opat.
Je hond kan daar zijn.
Misschien moet je hond naar het asiel.
Ik ben niet je hond, gast. Zitten!
