Voorbeelden van het gebruik van Marlon in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hey, hier, Marlon.
Laat me weten hoe het met Marlon gaat.
Wat is jouw favoriete Marlon Way-filmpje?
Geboren op dezelfde dag als Marlon Brando.
Frankie is heengegaan. Nee, Marlon.
Niet vandaag, Marlon.
Charmaine, dit zijn Marlon.
Je zou hem kennen als Marlon Brando.
En speciaal agent Marlon Hicks.
Wat ga je met hem doen? Marlon.
Marlon klagen we aan voor moord en Hannah voor samenspanning.
Ja, Marlon, dat klopt.
En Marlon en de Mullens?
Marlon zijn tweelingbroer Brandon Jackson stierf vlak na de geboorte.
Marlon Freeman, een alias.
Hij kan Marlon Brando zijn of Tupac Shakur.
Marlon laat me bij hem overnachten.
Je hoeft niet te doen als Marlon Brando.
Het was Marlon.
Op elk tv-station is te zien hoe Marlon zich belachelijk maakt.