Voorbeelden van het gebruik van Naampartner in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
wil juist zeggen dat het feit dat je nu geen naampartner wordt… en ik zou het jammer vinden als je de handdoek in de ring gooit omdat je het vertrouwen kwijt bent.
Daarin staat dat als een naampartner deelneemt aan een misdaad iedere partner vrij is om te gaan.
het feit dat je nu geen naampartner wordt… niet betekent dat het nooit gebeurt.
En ik zou het jammer vinden als je de handdoek in de ring gooit omdat je het vertrouwen kwijt bent. Ik wil juist zeggen dat het feit dat je nu geen naampartner wordt… niet betekent dat het nooit gebeurt.
je het vertrouwen kwijt bent. Ik wil juist zeggen dat het feit dat je nu geen naampartner wordt… niet betekent dat het nooit gebeurt.
je het vertrouwen kwijt bent. Ik wil juist zeggen dat het feit dat je nu geen naampartner wordt… niet betekent dat het nooit gebeurt.
Ik wil juist zeggen dat het feit dat je nu geen naampartner wordt… niet betekent dat het nooit gebeurt.
We hebben twee naampartners die voor u vechten in de rechtbank.
We zijn naampartners, David.
Een van de naampartners in de firma.
Nee, één van de naampartners.
Personeelsaanstellingen zijn uitsluitend de bevoegdheid van de naampartners.
We kunnen nog steeds allebei naampartners worden.
Namens de naampartners, wil ik iedereen bedanken voor het vrij maken van je tijd,
Maar ik kan je wel vertellen dat de naampartners nog altijd hier zijn,
Namens de naampartners, wil ik iedereen bedanken voor het vrij maken van je tijd.
We zijn hier om de nieuwe statuten te bekrachtigen en dat moeten alle naampartners doen.
Maken jullie mij naampartner?
U wilt een naampartner.
Hoezo? Je wordt naampartner.