Voorbeelden van het gebruik van Ook hij in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ook hij had moeite met gezag.
Ook hij moet stoom afblazen.
Ook hij wilde naar de gebeden in de moskee.
Ook hij stelde altijd vragen.
Mijn vader heeft niks met kunst, maar ook hij was onder de indruk.
Ook hij heeft een accountancy achtergrond.
En ook hij zal een god zijn.
Ook hij is altijd in voor een knuffel.
En ook hij zal een god zijn.
Ook hij spreekt meerdere talen:
Ook hij leed aan deze aandoening.
Ook hij had een zoon, Arishthanemi.
Ook hij was vaste gast die avonden.
Blijkbaar vindt ook hij het Duits een agressieve taal.
En ook hij zal een god zijn. Een zoon.
Ook hij laat op zich wachten.
Ook hij had geen alibi v oor die nacht.
Maar ook hij faalde.
Ook hij leed onder zijn zondes.
Ook hij stierf op het slagveld.