Voorbeelden van het gebruik van Pitchers in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een pitcher bier.
Die pitcher van Erie Hills is een watje.
Ik was de pitcher van het schoolsoftbalteam.
De pitcher liet de bal vallen.
Hij was pitcher op de hogeschool.
Pitcher: nummer 3, Kiawe!
Pitcher: nummer 3, Kiawe!
Als pitcher is hij een geweldige verdediger.
Hij is een pitcher, net als Snake.
Dus pitcher of catcher?
Dus jij bent pitcher, hè?
Geen pitcher.
Vooral als Dunne de pitcher is.
Daarom geven ze je een pitcher.
Ik ben pitcher.
Klaar, pitcher?
Vergelijk het met een pitcher.
We zoeken een pitcher.
Jennie Finch vorig jaar als pitcher tijdens.
Ik haal een pitcher.