Voorbeelden van het gebruik van Salueren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jullie moeten in de houding staan en mij salueren.
Je kan een soldaatje niet laten salueren.
Ik zag je salueren.
Mevrouw Knable, wij salueren u.
Jongens, laten we salueren.
Ik heb nagedacht over dat salueren.
Moet ik salueren voor die wandelende etterbak?
U gaat niet salueren, hè?- Allebei.
Moet je niet salueren?- Welterusten, luitenant?
Ik zal u maar vast salueren, toekomstige ondercommissaris. Juist.
Moet je niet salueren?- Welterusten, luitenant.
Dan salueren ze.
Salueren zonder pet!
Moet ik salueren? Joker?
Moet ik salueren? Joker?
Salueren hoeft niet.
We gaan niet salueren en kapitein zeggen.
Tot ie ziet dat we salueren.
Moet ik u salueren?
Me leren salueren?