Voorbeelden van het gebruik van Shotje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Shotje, alsjeblieft.
Shotje whisky, shotje tequila. Verdomd klein.
Shotje. Jij verliest!
Shotje voor Nikki!
Shotje voor Nikki. Verdomme!
Shotje wodka als je piep hoort.
Geef hier. Shotje.
Komaan, één shotje zal je niet doden.
Eén shotje, met een klant.
Hij zei"shotje", niet"schiet haar.
Zo houden veel mensen bijvoorbeeld niet van de smaak van een tarwegras shotje.
Dan moet iedereen een shotje heffen op jouw succes.
Eén shotje.
Het is een shotje cappuccino met kaneel. Zo veel cafeïne?
Nee. Eén shotje?
Wil je een shotje, ouwe kerel?
Nog één shotje.
Ik heb je shotje, dat wilde je toch?
Wacht, misschien nog één shotje.
Tijd voor een shotje, dacht ik zo.