Voorbeelden van het gebruik van Snurken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je weet hoe erg ik kan snurken.
We moeten het over je snurken hebben.
Oké, ik kan soms snurken.
Uw auto snurken.- Snurken.
De meisjes snurken hard.
Uw auto snurken.- Snurken.
Dus ga daar maar liggen snurken.
En niet snurken.
Oude mensen snurken.
Leticia slaapt licht. Niet snurken.
Zwangere vrouwen snurken.
Je moet die man hebben horen snurken.
Ik ben gek op je snurken.
Hij kan maar beter niet snurken.
De oorzaak van snurken kan alcohol zijn.
Snurken na het bier drinken.
Ongetwijfeld, snurken hebben een negatief resultaat naar uw dagelijkse activiteiten.
Het mechanisme van snurken is op elke leeftijd hetzelfde.
Laat uw snurken risico schadelijk voor uw gezondheid en het wrak uw verbinding.
Ik hoorde je snurken tot op straat.