Voorbeelden van het gebruik van Terugrijden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Erheen vliegen, terugrijden.
Ik wacht op je, dan kunnen we samen terugrijden.
Ik moet vannacht helemaal naar Livingston terugrijden.
Waarom konden we niet terugrijden naar Lubbock?
Jim, we kunnen je beter naar de dokter terugrijden.
We moeten acht uur terugrijden.
Ik wou ermee kappen en vanmiddag terugrijden naar Bangor.
Ik moest op u wachten en u terugrijden.
Het is nog drie uur terugrijden.
Soms van de oprit. Vik laat me de auto van mam terugrijden.
Oké, jij mag terugrijden.
Omkeren en dezelfde weg terugrijden.
Oké, jij mag terugrijden.
Als het gebeurd was, moest hij terugrijden naar Peking.
Op die manier kunnen we allemaal samen terugrijden.
We kunnen terugrijden en hem zoeken.
Kan je terugrijden naar de plaats waar je hem gevonden hebt?
Hij wilde terugrijden naar Luke's en ik zei nee.
Wilt u mijn auto terugrijden?- Ook goed.
En toen moest ik vier uur terugrijden met de cadeaus en de taarten.