Voorbeelden van het gebruik van Toilet in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kamer met keuken en douche/ toilet.
Excuseer, ik moet naar het toilet.
Ik wilde alleen even naar het toilet.
Ik heb een raam in mijn toilet.
En hij stierf op het toilet.
Het heren toilet is die kant op.
De spullen worden opgehaald in het toilet van het cafe, toch?
Hij was in het toilet, tijdens een diner.
Toilet, doc? Voor pijn.
De badkamer is uitgerust met een moderne douche en toilet.
Ze ging naar het toilet.
Stilte. Ik ga naar het toilet.
Dus ik dacht iemand te zien in het toilet.
Het water in het toilet is blauw.
Ja, er is een toilet beschikbaar bij GoBuses bus reizen.
Geen toilet onderweg!
Badkamer met Italiaanse douche en toilet.
Slaapkamers badkamer met douche en toilet.
Rechercheur, de luitenant?- Op het toilet, meneer?
Of naar het toilet gaan.
