Voorbeelden van het gebruik van Trippen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Papa is aan het trippen.
Dit wordt niks. Ik ben echt zwaar aan het trippen.
Over een verdomde zaak?- Deze provence wil echt trippen.
Draagt hij een rode latex jurk of ben ik aan het trippen?
Dit wordt niks. Ik ben echt zwaar aan het trippen.
We doen lakens om en gaan weer trippen.
We trippen.- Trippen we?
Laten we een keer samen trippen.
Man, ik ben aan het trippen.
Je bent aan het trippen.
We waren aan het trippen.
Drugs zijn cool en ik ben nu aan het trippen.
Maar Marcus is pas echt aan het trippen.
kon de drinker vervolgens ook trippen.
Maar Marcus… Marcus is aan het trippen.
Trippen in de wedstrijd tegen Dartmouth.
Alles smelt. Je bent aan het trippen.
Dat wordt trippen geblazen!
Invasie? Dan zijn jullie aan het trippen.