Voorbeelden van het gebruik van Uitprinten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat de kiosk uw boardingpass uitprinten.
herbekijken van data, uitprinten van gegevens.
Nu kan je de achterkant van het vogel-motiefje uitprinten.
Una heeft alle posters opnieuw laten uitprinten.
Nee, alles uitprinten.
Dat ga ik nu uitprinten.
Die wil ik uitprinten.
Ik zal thuis de benodigde papieren uitprinten.
Ik kan dit niet uitprinten.
Je kunt het formulier ook zelf uitprinten.
Uitprinten en opplakken op je muur.
Je kunt het uitprinten of delen met medewerkers.
Uitprinten, uitknippen en op een briefkaart plakken.
Kunt u het uitprinten en terugsturen?
Met deze app kun je snel zendingen aanmelden en labels uitprinten voor je bestellingen.
Of je kunt dingen benadrukken op de computer en het in kleur uitprinten.
Na het openen van het bestand kun je de instructies ook uitprinten.
Je kunt ook hier een meetlint downloaden en uitprinten.
Kan de verkoper het kaartje zelf nog uitprinten en gaan?
Zo mochten wij bijvoorbeeld onze tickets bij hun uitprinten.