Voorbeelden van het gebruik van Vakantie in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn vakantie was niet zo interessant. Barbara Thorson?
Vakantie Zijn zelfs beter dan je denkt.
Boek vandaag je yoga therapie vakantie in Santa Clara!
Jack en ik zijn op vakantie.
Ja, maar die is op vakantie.
Vakantie in het noorden houden met Pam?
FlammekuecheDe gastronomische vakantie in Straatsburg gaat verder met de onvermijdelijke flammekueche.
Doorsnee werk, vakantie om de twee maanden.
Na de vakantie of met Thanksgiving?
Het is vakantie, pap.
Boek vandaag je yoga therapie vakantie in Santanyí!
We zijn op vakantie, Charlie.
Wat? Ik ben op vakantie met m'n vrouw.
Vakantie aan of op het water.
Heb je een leuke vakantie gehad met de markiezin?
Een aanrader voor een ontspannende vakantie met een hoog comfort factor.
Er was geen vakantie, geen vrije dagen.
Boek vandaag je yoga detox vakantie in Schotland!
Want ik ga drie weken op vakantie.
Wanneer…-Ik had vakantie voor m'n examens.