Voorbeelden van het gebruik van Wasdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geen schone kleren, hè? Wasdag morgen.
Ik zie je op wasdag.
Morgen wasdag.
Mijn moeder luistert altijd naar Elvis Costello op wasdag.
Misschien is het wasdag.
Het is een wasdag.
Wat doe je hier? Wasdag.
Vrijdag was wasdag.
Die gebruik ik alleen op wasdag.
Wasdag, is het niet?
Wasdag wordt pas echt een fijne dag met de Lift-O-Matic Advance droogmolen.
Hulpjes die wasdag meer glans geven.
Wasdag is volgende week.
Beschuldig je Elizabeth van het verduisteren van geld van de auto wasdag?
Niet erg voor ons rollenspelscenario… Wasdag.
Niets gewassen, klopt? Wasdag morgen?
Net wasdag bij de Ganges.
Vandaag is wasdag, dus ik heb alle sokken van de Muppets laten verzamelen.
ik dacht toen ik klein was en rondliep met mijn moeder's glasgordijnen op mijn hoofd op wasdag.
een omheide voortuin. 151014 Wasdag 151031 Spelende kinderen II.