Voorbeelden van het gebruik van Wat geeft in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Speciale bevrediging? Wat geeft je die?
Wat geeft haar het recht om dit te doen?
Wat geeft jullie het recht om overal binnen te vallen?
Wat geeft hem het recht?
Wat geeft de kraai zijn kracht?
Wat geeft je een trots, sterk
Wat geeft je die… speciale bevrediging?
Wat geeft jou nu een kans?
Wat geeft je dat recht?
Wat geeft jou dat recht?
Nee. Wat geeft je het recht.
Waarom? Wat geeft je dat recht?
Wat geeft jou reden om dat te denken?
Dat te doen? Wat geeft jou het recht?
Maar wat geeft het menselijk leven eigenlijk zijn waarde?
Wat geeft u me?
Wat geeft de natuur zijn intrinsieke waarde?
Wat geeft jou het recht haar zo te behandelen?
Goed, wat geeft jou dan plezier?
En wat geeft jou het gevoel dat hij voortdurende betrekkingen met mij heeft?