Voorbeelden van het gebruik van Zeges in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Al zijn zeges.
Jaar, 63 kilo, 5 zeges, 1 nederlaag.
Mijn zeges zijn jouw zeges.
Negen jaar prof, 33 zeges en slechts één verlies.
Maar het waren niet alleen de zeges.
De Armadillo's, 18 zeges en 2 nederlagen.
Drie nominaties voor bussen, drie zeges.
Het begon met 5 opeenvolgende zeges, allemaal tegen clubs van Sofia.
Van zee tot zee werden mijn zeges bezongen.
Neem mijn zeges weg, al het goede werk dat ik verrichtte.
Maar wel kleinere zeges onderweg.
Zeges tegen slechte teams.
Veel kritiek en enorme zeges.
Onze Rode Duivels zijn aan hun EK-kwalificatiecampagne begonnen met twee zeges.
Zeges in de arena en vrijheid.
Enkel Ajax doet beter met 5 zeges.
Dat maakt onze zeges des te aangenamer.
Hij behaalde in totaal 14 zeges als beroepsrenner.
De Sicilische tirannen vierden deze zeges openlijk, opdat de zeges hun populariteit zouden bevorderen.
Jou onderweg helpen aan snelle, zakelijke zeges maakt deel uit van onze missie.