Voorbeelden van het gebruik van Amita in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Amita heeft eraan bijgedragen.
Baley, ik ben Amita.
Ik moet Amita spreken.
Amita, je verwent me.
Wat wil hij met Amita?
Ze hebben Amita ontvoerd?
Amita, jij mag blijven.
Amita is het nieuwe onderdeel.
Ik maak ruimte voor Amita.
Geen plannen met Amita vanavond?
Het is wel goed, Amita.
Nee, Amita heeft dit vandaag gedaan.
Je doet het goed, Amita.
Dat is beslist Amita niet.
Duryea staat achter een bom en Amita.
Larry en Amita zijn ontzettend vakkundig.
Larry en Amita hebben iets voor jullie.
Charlie en Amita kunnen toveren.
Welk woord gebruikte Amita ervoor?
Minder lang als Amita helpt.