Voorbeelden van het gebruik van Bondgenoot in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rusland was onze bondgenoot.
Duitsland was ooit een bondgenoot van Italië.
Ze ziet jou als bondgenoot.
Ik ben blij dat Samantha een bondgenoot is.
Ik heb een bondgenoot nodig.
Skouras is onze bondgenoot.
Wij zijn niemands bondgenoot.
Hun vijand is onze bondgenoot.
Zuid Korea is een bondgenoot.
De Commissie is de bondgenoot van de jongeren.
Een Italiaanse president, Hitler's bondgenoot.
De Zonen van Mithras geloofden dat ze een bondgenoot was.
Nee, hij heeft een bondgenoot met een vliegtuig nodig.
Jij was haar trouwste bondgenoot.
Een gerenommeerde raad… is een belangrijke bondgenoot in het werven van fondsen.
Daarop werd ze een bondgenoot van Rome.
De aartsvijand Oostenrijk werd nu een bondgenoot.
Spartacus noemt ze verdomde bondgenoot.
uw dichtstbijzijnde zakelijke bondgenoot.
Deze keukenrobot wordt uw bondgenoot bij het koken.