Voorbeelden van het gebruik van Motel in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik gaf Motel en Tzeitel mijn toestemming, en nu willen jullie die ook.
Motel aan Virginia Beach,
Van een motel, restaurantbonnen en een skipas.
Motel Six, dan waar het universum me brengt.
In de auto, in het motel.
Josie, was je deze middag bij het Timber Falls Motel?
Ze belde me elke dag in het motel.
Ze vonden hem vijf jaar later in een goedkoop motel.
Waar zijn ze? In het motel?
Of, we kunnen naar een motel gaan.
Misschien moeten we naar een motel gaan.
Daar nemen we 'n motel.
In 't motel.
Het is een motel kamer.
Ik zit weer in 't motel.
Je krijgt twee procent extra voor het motel.
Ik zie je in het motel.
ik haar zag, wilde ze naar een ander motel.
Er is hier geen motel of hotel.
bereikte Johnny 't motel.