Voorbeelden van het gebruik van Soren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Niet schrikken, Soren.
Soren, kom terug!
Soren komt de kamer binnen.
En nu is Soren weg.
En de jongen, Soren?
Ik hoop het, Soren.
Waar is Soren?
Soren is op zijn eigen weg.
Ik viel op Soren.
Alleen de jongen, Soren.
Soren heeft zijn moeder nu.
Straal Soren naar de ziekenboeg!
Neem Soren aan de Octagon.
Kende je Soren, Lizzy?
Het is in orde, Soren.
M'n gevoelens voor Soren zijn niet platvloers.
Waar was Soren bang voor?
Misschien heb jij Soren wel meegenomen.
Soren en Isaac had heel de zoetekauw.
Soren. Hoe voel je je?
