Voorbeelden van het gebruik van Tamir in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Vertel het ons, Tamir.
Tamir plaatste dat wapen.
Tamir heeft mij nodig.
Tamir, het is laat.
Zoals je voor Tamir deed.
Tamir… Ik wil jou helpen.
Dmitry en Tamir waren vrienden.
Tamir vermoordde zijn vrouw Jamilla.
Tamir pleegt een telefoontje.
Tamir, ik ben jouw vriend.
Je hebt geen keus, Tamir.
Wat doe jij hier, Tamir?
Tamir, vertel mij waar ze is.
Jij was het, Tamir, jij slang!
De aanklager gelooft jou niet, Tamir.
Oom Tamir, dit ding is 'n idioot.
En jouw oom Tamir… zo'n slechte man.
We zagen niemand in het appartement behalve Tamir.
Wie haalde de trekker over, Tamir?
Ik weet zeker dat Tamir je dat flikte.