Voorbeelden van het gebruik van Trask in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Trask is komen opdagen.
Mijn naam is Trask.
Trask heeft een pijptang nodig.
Armbrister en Trask staan daar.
Stel uw vraag, Mr Trask.
Pater Trask moet hier zijn.
Trask is de stalker niet.
Welkom thuis Mr. Trask.
Daarvoor geef ik ze Jim Trask.
Trask wil dat je hem belt.
Trask heeft de politie niet gebeld.
Trask neemt dus foto's van haar.
Misschien wil Trask wel iemand vermoorden.
Vijf minuten met Trask is genoeg.
Trask moet vanavond het gebouw uit.
Die Trask heeft zijn verstand verloren.
Trask is een oude vriend van je.
Hoe is het met Trask afgelopen?
Neem me niet kwalijk, meneer Trask.
Er was vroeger ook een Mrs Trask.