Voorbeelden van het gebruik van Berenson in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dit is Saul Berenson.
Saul Berenson heeft gebeld.
Ik sprak met Berenson.
Hé, Mr Berenson.
Saul Berenson voor Pesach.
Ik ben Saul Berenson.
Marisa Berenson, uiteraard.
Wie is directeur Berenson?
Waar is Mr Berenson?
Saul Berenson is een prijs.
Dank u, Mr Berenson.
Is jouw naam Saul Berenson?
Wat ga je Berenson vertellen?
Saul Berenson was vanmorgen op bezoek.
Zei Saul Berenson dat?
Vast hetzelfde als Saul Berenson.
Vind meer informatie over: Alex Berenson.
Mr Berenson.
Het is niet alleen Phillips Berenson.
Doet Mr Berenson dat?

